Gebitsvoorziening: tandkleur- en tandvormbepaling
Een voorziening is geslaagd als zij esthetisch aanspreekt, functioneel overtuigt en als zodanig niet wordt herkend.
Goed tandtechnisch werk valt niet op. Daarvoor moeten kleur en vorm kloppen – en wel in samenspel met de buurtanden, niet op zichzelf.
De kleurbepaling
Een tand heeft zelden één kleur: bij de hals is hij donkerder, aan de snijrand vaak licht doorschijnend. Die overgangen worden met kleurstalen of digitaal vastgelegd en aan het laboratorium doorgegeven.
De omstandigheden doen ertoe: de bepaling hoort aan het begin van de zitting, zolang de tanden niet zijn uitgedroogd, en zij vraagt neutraal licht. Gekleurde wanden, kleding of de behandellamp vertekenen de indruk.
De vorm
Breedte, lengte en helling richten zich naar het gezicht en naar wat er aan eigen tanden nog is. Ook het verloop van de tandvleesrand hoort erbij – het omlijst de tand en bepaalt mee of het resultaat rustig oogt.