Vroegtijdige herkenning met de PSI – Parodontale Screening Index
De PSI kan worden vastgelegd tijdens een gewone tandheelkundige controle in het kader van de recall.
Sinds 2004 vergoeden de Duitse ziektekostenverzekeraars elke twee jaar een onderzoek voor de vroege herkenning van parodontale aandoeningen. De PSI, de Parodontale Screening Index, kan worden vastgelegd tijdens een gewone tandheelkundige controle in het kader van de recall.
Vroegtijdige herkenning met de PSI: de Parodontale Screening Index maakt het mogelijk een betrouwbaar overzicht te krijgen van de toestand van het steunweefsel van de tanden en vroege vormen van parodontale aandoeningen te herkennen. Een regelmatig en volledig onderzoek van dat steunweefsel is belangrijk, omdat de behandeling dan al in een vroeg stadium kan beginnen. Hoe eerder een parodontale aandoening wordt gevonden, hoe beter en succesvoller zij te behandelen is.
Tijdens het onderzoek en de anamnese vraagt de tandarts niet alleen naar acute klachten, maar ook naar bestaande aandoeningen (bijvoorbeeld diabetes of hoge bloeddruk), medicijngebruik en gewoonten. Bij een parodontale aandoening wordt vaak gevraagd of familieleden eveneens parodontitis hebben of hebben gehad. Treedt parodontitis op ondanks zorgvuldige mondhygiëne, dan kan met een gentest worden onderzocht of er een familiaire aanleg bestaat. Daarbij wordt de erfelijke informatie geanalyseerd van de bacteriën die parodontitis uitlokken. Patiënten met een genetische aanleg lopen een duidelijk verhoogd risico.
Markerkiemdiagnostiek via DNA-tests
De genetische informatie van de bacteriestam is voor iedere patiënt individueel; de verwekkers kunnen daarom via DNA-analyse worden geïdentificeerd. Secreet uit de tandvleespocket of uit de plaque volstaat daarvoor. Een steriele papierpunt wordt ongeveer 15 tot 20 seconden in meerdere, zo droog mogelijke pockets met ontstekingsactiviteit geschoven. Het DNA wordt uit het secreet- of plaquemonster geïsoleerd; de bewerking en ontcijfering van de bacteriën gebeurt in het laboratorium. De aantoning van het gen volstaat om markerkiemen te identificeren.
Parodontale Screening Index / PSI
Het PSI-onderzoek is niet omslachtig, verloopt pijnloos en duurt maar enkele minuten. Boven- en onderkaak worden in zes sextanten verdeeld en er worden verschillende meetpunten vastgelegd.
Met een stompe tandheelkundige sonde met millimeterschaal, die voorzichtig tussen tand en tandvlees wordt geleid, wordt elke tand rondom gesondeerd. Er wordt gecontroleerd hoe diep de pockets in de directe omgeving van de tand zijn en hoe sterk het tandvlees neigt te bloeden. Aan de hand van een tabel leest de tandarts af hoe ver de parodontale aandoening gevorderd is. Patiëntgebonden factoren wegen daarbij zwaar: het totale aantal resterende pockets, parodontaal botverlies, de leeftijd van de patiënt, tandverlies, roken, systemische en genetische factoren, medicijngebruik en de staat van de mondhygiëne.
De bevindingen worden in vijf codes ingedeeld.
Code 0: gezond tandvlees zonder bijzonderheden.
Code 1: bloeding bij aanraking wijst op een ontsteking van het tandvlees.
Code 2: randen en kanten van vullingen en ruwheid door tandsteen of plaque worden vastgesteld.
Code 1 en 2 zijn de eerste tekenen van gingivitis.
Code 3: ondiepe pocket; de sonde kan enkele millimeters in de spleet tussen tand en tandvlees worden gebracht. Dat wijst op een matig ernstige parodontale aandoening. Behandeling is nodig.
Code 4: diepe pocket; de sonde kan diep in de spleet tussen tand en tandvlees worden gebracht. Er is sprake van een ernstige parodontale aandoening, parodontitis. Behandeling is nodig en er moet uitgebreide parodontale diagnostiek worden verricht.
Is de Parodontale Screening Index eenmaal vastgelegd, dan kan de tandarts het individuele ziekterisico inschatten en een op de patiënt afgestemd behandelplan opstellen.
Regelmatige screening is noodzakelijk. De Parodontale Screening Index biedt een snelle en eenvoudige manier om vast te stellen of een patiënt parodontale behandeling nodig heeft.
Bij de meting van de sulcusbloedingsindex (SBI) en de papilbloedingsindex (PBI) worden de bloedingsneiging van het tandvlees en het optreden van bloeding ter hoogte van de papil beoordeeld. Zo nodig worden aanvullende röntgenbevindingen verzameld. Eventuele botschade of terugtrekking van het kaakbot is röntgenologisch zichtbaar te maken.
Met driedimensionale laagopnamen van een digitale volumetomografie kan ook de vorming van tandvleespockets in beeld worden gebracht.
Regelmatige screening is noodzakelijk om een behoefte aan parodontale behandeling zo vroeg mogelijk te herkennen.
Bloeding na sonderen / BoP
Bloeding na sonderen is een belangrijke klinische parameter. BoP is een tamelijk betrouwbaar teken van een ontsteking van het tandvlees en ondersteunt de beoordeling van de ontsteking van een parodontale pocket.
BoP positief: bij ernstige ontstekingen kan er sterkere bloeding optreden.
BoP negatief: gezond tandvlees bloedt niet bij sonderen. Het uitblijven van bloeding wordt met grote waarschijnlijkheid als een stabiele situatie beoordeeld. Bij rokers kan de bloeding uitblijven ondanks ontstekingsprocessen op de bodem van de pocket.
Het sonderen en de bevinding (BoP positief of negatief) is van belang zowel in de primaire diagnostiek als bij de controle na afgeronde parodontale therapie. Bij de recall kan bloeding na sonderen worden gebruikt om de mondhygiëne te beoordelen en als indicator voor de doeltreffendheid ervan.
Belangrijk voor de controle is ook de API, de approximale plaque-index.
Daarmee wordt beoordeeld hoe doeltreffend de mondhygiëne is. Het reinigen van de gladde vlakken van de tanden is eenvoudiger dan het reinigen tussen de tanden. Daarom wordt met een sonde (met of zonder het kleuren van de plaque) nagegaan of er aanslag uit de ruimte tussen de tanden is weg te schrapen. Het resultaat wordt net als bij BoP met ja of nee genoteerd en kan procentueel worden bepaald uit de positieve bevindingen en het totale aantal. Een waarde onder 20 procent duidt op goede mondhygiëne.